SportVideo

Hoe ga je echt kapot?!

Tussen alle drukte door even sporten. Dat is precies wat ik niet wilde, maar wat uiteindelijk wel gebeurt. Vaak ben ik op zoek naar een uurtje in de dag om de sportschool in te duiken. Soms is dat pas om 23.00 uur, soms om 05.00 uur ’s ochtends voor de opnames omdat ik weet dat ik na een draaidag geen fut meer heb en niet alles uit m’n training kan halen.

Op dit moment probeer ik goed naar m’n lichaam te luisteren voordat ik ga slapen. Voel ik me moe, dan pak ik wat extra uurtjes en probeer ik de volgende dag tussendoor ergens te gaan of aan het einde van de dag.

Voel ik me sterk, dan probeer ik ‘s ochtends vroeg op te staan en m’n training direct te doen zodat ik de dag goed kan beginnen en rust voel omdat ik weet dat ik mijn training al gedaan heb.

Een nieuw fenomeen voor me is ‘trainingsstress’. Daarmee bedoel ik dat ik de hele dag een stemmetje in m’n hoofd hoor die me vertelt dat ik nog moet trainen. En nee, dit heb ik nooit eerder meegemaakt. Als topsporter draait je hele leven om trainen en is er naast de wedstrijden zelf niets zo belangrijk als trainen.

Nu moet ik het zien te combineren met interviews, draaidagen, premières en reizen – dat is vaak een hele puzzel. Of ik er wel plezier in heb? Ja, zeker! Het is mooi om alles op orde te krijgen en te zien dat ik lichamelijk enorme stappen maak. Ik ben niet meer ongelukkig in m’n eigen lichaam en heb een stuk meer energie. Dat zijn die uren in de sportschool en het strakke eetregime dubbel en dwars waard geweest.

Ik durf nu pas te zeggen dat ik weer helemaal de oude ben na Expeditie Robinson. Het heeft even geduurd, maar m’n lichaam voelt als nieuw. Het was niet de expeditie zelf die ik moeilijk vond, maar de maanden erna. Ik had voor het eerst het gevoel dat ik alles moest laten gaan en overal van moest gaan genieten, want ik had net meegedaan aan het tofste programma op televisie en in mijn hoofd voor het eerst op dat eiland ook afscheid genomen van de topsport.

Ik heb op het eiland besloten om nooit meer een serieuze stap op het rugbyveld te zetten. Ik had daar genoeg tijd om na te denken over hoe mijn lichaam voelde en wat 18 jaar rugby ermee had gedaan.

Ik voelde dat ik trots was op alles wat ik bereikt had, maar ook dat het genoeg was geweest.

Zoveel mooie dingen meegemaakt, maar ook heel veel blessures opgelopen. Dit kwam niet door de sport zelf, maar meer door mijn speelstijl. Ik ging elke wedstrijd tot het gaatje en vond het heerlijk om mezelf en ook de tegenstander te slopen. Mijn vader zei vaak dat ik wat meer behouden moest spelen en mijn lichaam moest sparen, maar als ik dan weer het veld op stapte kwam de pitbull eruit en vond ik het heerlijk om niets op het veld te laten liggen.

Ik heb een fantastische rugbycarrière achter de rug en ben verschrikkelijk trots op het feit dat ik in het buitenland heb gespeeld. Ik heb met een oranje shirt aan gespeeld en heb mogen meemaken hoe het is om voor je land te spelen. Ik ben iedereen die mij getraind heeft en waarmee ik gespeeld heb erg dankbaar.

Ik besef nu dat ik nooit zal stoppen met trainen en dat deze weg naar fitheid soms meer in mij losmaakt dan ik had gedacht. Wat een watje ben ik eigenlijk, he?

Bekijk meer

Gerelateerde posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Bekijk ook

Close
Close